Commissie tegen Nederland (1/8): het scorebord

Sinds 1977 stonden de Europese Commissie en Nederland 88 keer tegenover elkaar bij het Hof van Justitie. In ruim vier van de vijf zaken stelde het Hof geheel of gedeeltelijk een schending vast; in 2025 volgde voor het eerst een geldsom: 10.000.000 euro. Deel 1 van een nieuwe serie: het scorebord.

Oranje-rode dossieromslag: Commissie tegen Nederland 1/8, 'Het scorebord', 88 arresten 1977–2025, 59 volledige veroordelingen, 12 verwerpingen; 'Niet-nakoming vastgesteld, art. 258 VWEU'.

Op 22 mei 2025 veroordeelde het Hof van Justitie in Luxemburg het Koninkrijk der Nederlanden tot betaling van 10.000.000 euro aan de Europese Commissie. De aanleiding was weinig spectaculair: de Open-datarichtlijn was ruim na de omzettingstermijn nog altijd niet volledig omgezet, en Den Haag had de maatregelen niet aan Brussel gemeld. De uitkomst was dat wel. In bijna vijftig jaar inbreukrechtspraak was het de eerste keer dat een zaak van de Commissie tegen Nederland uitliep op een door het Hof opgelegde geldsom.

Die veroordeling is het voorlopige sluitstuk van een reeks die in 1977 begon, en die zelden in samenhang wordt bekeken. Vandaag start een nieuwe serie: acht delen over de zaken die de Europese Commissie tegen Nederland uitvocht bij het Hof van Justitie. Wie klaagde, waarover, wie won, en wat er daarna in de Nederlandse rechtszaal mee gebeurde.

Wie telt, telt eerst verkeerd

Zoek in de rechtspraak van het Hof naar “Commissie/Nederland” en de teller stokt bij 463 beslissingen. Dat getal is een illusie: het zijn vrijwel allemaal uitspraken die zo’n arrest slechts áánhalen. Voor deze serie bouwden we de lijst daarom op uit de partijgegevens van alle 48.891 zaken die de Europese rechters sinds 1953 registreerden, en controleerden we haar langs twee onafhankelijke wegen tegen de procesmetadata van de Europese uitgeverij. Wat overblijft: 88 arresten waarin de Commissie en Nederland werkelijk tegenover elkaar stonden. Het oudste dateert van 12 juli 1977, het jongste van 22 mei 2025.

Het scorebord

Van die 88 zijn er 85 een beroep wegens niet-nakoming: de Commissie vraagt het Hof vast te stellen dat Nederland zijn Europese verplichtingen schendt. De overige drie zijn hogere voorzieningen in staatssteunzaken, waarin de Commissie opkwam tegen een eerdere Nederlandse overwinning bij het Gerecht.

De uitslag na bijna vijftig jaar: van de 85 niet-nakomingsberoepen werden er 59 geheel en 13 gedeeltelijk toegewezen, 12 verworpen en 1 niet-ontvankelijk verklaard. Van de drie hogere voorzieningen verloor de Commissie er twee. Anders gezegd: in ruim vier van de vijf zaken stelde het Hof geheel of gedeeltelijk een schending vast. Toch begon de reeks met een Nederlandse overwinning. In de allereerste zaak, over vergoedingen voor fytosanitaire keuringen bij de uitvoer van planten, verwierp het Hof het beroep van de Commissie; de vraag gaf volgens het Hof aanleiding “tot gegronde twijfel”, en elke partij droeg haar eigen kosten.

Van stil begin naar de golf van de jaren nul

Nederland is oprichtend lid van de Gemeenschap, maar het duurde tot 1977 voordat het Hof het eerste arrest op een Commissieberoep tegen Nederland wees. Daarna kwam de machine op gang: twee arresten in de jaren zeventig, dertien in de jaren tachtig, achttien in de jaren negentig. De piek lag in de jaren nul: 32 arresten, ruim een derde van het totaal, gedreven door de milieurichtlijnen, enkele fiscale en douanegeschillen en het vrije verkeer van personen en diensten. In de jaren tien zakte de teller naar negentien, en de jaren twintig staan tot nu toe op vier. Minder, maar niet lichter: in die vier zitten het pensioen-tweeluik van november 2023 én de eerste geldsom.

Wat eruit springt

Eén lijn is hardnekkiger dan alle andere: water en natuur. Van de zwemwaterrichtlijn in 1982 tot het mestarrest van 2003 werd Nederland keer op keer op zijn milieuomzetting afgerekend. In 1992 gebeurde daarbij iets uitzonderlijks: het Hof stelde vast dat Nederland een eerder arrest, dat van 13 oktober 1987 over de Vogelrichtlijn, nog altijd niet had uitgevoerd. En juist het mestarrest over de nitraatrichtlijn zou het meest geciteerde arrest uit de hele reeks worden in de Nederlandse cassatiepraktijk.

Een tweede zware cluster is belastingen en geld: dertien arresten gaan over btw, douane en de eigen middelen van de Unie, met als kleurrijkste de maniok-zaak uit 1991, waarin Nederland ruim negentien miljoen gulden aan Brussel moest afdragen omdat het ongeveer 60.000 ton Thaise maniok zonder het vereiste uitvoercertificaat tegen verlaagde heffing had toegelaten.

En Nederland won dus ook: twaalf keer werd het niet-nakomingsberoep van de Commissie verworpen. Daaronder zitten zaken met stevige gevolgen, zoals het elektriciteitsmonopolie, de btw op tolgelden en de ov-studentenkaart. Daarnaast eindigden twee van de drie staatssteunzaken in hogere voorziening in Nederlands voordeel. Waarom de Commissie juist die zaken verloor, is een verhaal apart; het krijgt zijn eigen aflevering.

En dan: wat deed Den Haag ermee?

Een arrest uit Luxemburg is geen eindpunt. Van de 88 arresten zijn er 31 aantoonbaar geland in de rechtspraak van de Hoge Raad en zijn parket: in 15 uitspraken van de Hoge Raad zelf en in 79 conclusies van de procureur-generaal en de advocaten-generaal. Die verhouding zegt iets: de doorwerking van deze rechtspraak is in de eerste plaats het werk van het parket, dat de arresten aandraagt; de Hoge Raad citeert ze spaarzaam. Per aflevering laten we zien welke arresten doorwerkten, en waar.

Wat volgt

Deel 2 volgt de waterlijn, van het zwemwater van 1982 tot het mestarrest. Deel 3 neemt de fiscale as, deel 4 de meldingsplicht voor technische voorschriften (de rechtstreekse voorgeschiedenis van het Securitel-dossier). Deel 5 gaat over mensen aan de grens, deel 6 over de Staat als ondernemer en steunverlener, deel 7 over wat Nederland won, en deel 8 sluit af met het pensioen-tweeluik en die 10.000.000 euro.

Verantwoording en bronnen

De cijfers in deze serie komen uit een eigen, doorzoekbaar zaakregister, opgebouwd uit de open data van het Hof van Justitie (CELLAR, hergebruik onder Besluit 2011/833/EU) en curia.europa.eu, peildatum 21 augustus 2026. De doorwerking bij de Hoge Raad is gemeten op een eigen register van 131.859 uitspraken en conclusies van de Hoge Raad en zijn parket (open data rechtspraak.nl, 2000 tot en met medio 2026), peildatum 14 augustus 2026. De uitslagen zijn per arrest geteld; als gedeeltelijke veroordeling telt een arrest waarin de Commissie op een of meer onderdelen in het ongelijk is gesteld. Twee grenzen horen daarbij. Dit overzicht telt arresten: inbreukprocedures die vóór een uitspraak werden ingetrokken of geschikt, en zaken die met een beschikking eindigden, blijven buiten beeld. En de doorwerkingscijfers betreffen de Hoge Raad en zijn parket; de feitenrechtspraak volgt in een latere uitbreiding.

  • HvJ 12 juli 1977, zaak 89/76 (Commissie/Nederland), Jur. 1977, p. 1355, ECLI:EU:C:1977:123: arresttekst op EUR-Lex. Dictum (“verwerpt het beroep”) en kostenoverweging nagelezen.
  • HvJ (Tiende kamer) 22 mei 2025, zaak C-213/23 (Commissie/Nederland), ECLI:EU:C:2025:370: arresttekst op EUR-Lex. Niet-nakoming van richtlijn (EU) 2019/1024 vastgesteld; forfaitaire som op grond van artikel 260, lid 3, VWEU.
  • HvJ 2 oktober 2003, zaak C-322/00 (Commissie/Nederland), ECLI:EU:C:2003:532: het mestarrest onder de nitraatrichtlijn 91/676.
  • HvJ 6 februari 1992, zaak C-75/91 (Commissie/Nederland), ECLI:EU:C:1992:60: niet-uitvoering van het arrest van 13 oktober 1987 in zaak 236/85.