Hof van Justitie zet definitief punt achter Google Android: €4,1 miljard boete blijft staan
Na acht jaar procederen verwerpt het Hof van Justitie het laatste beroep van Google (C-738/22 P). De miljardenboete voor machtsmisbruik rond Android is onherroepelijk — en de deur naar schadeclaims staat open.
Luxemburg, 2 juli 2026. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft het laatste beroep van Google en moederbedrijf Alphabet verworpen in de Android-zaak (C-738/22 P). Daarmee staat de boete van €4.125.000.000 definitief vast — het sluitstuk van een handhavingstraject dat in 2018 begon en acht jaar lang door alle Europese instanties is uitgevochten. Verder beroep is niet mogelijk.
Waar ging de zaak over?
De Europese Commissie stelde in 2018 vast dat Google zijn machtspositie misbruikte (artikel 102 VWEU) via drie soorten afspraken rond het Android-besturingssysteem:
- Distributieovereenkomsten: fabrikanten van telefoons mochten de Play Store alleen aanbieden als ze óók Google Search en Chrome voorinstalleerden;
- Anti-fragmentatieovereenkomsten: wie licenties wilde voor Google-apps, mocht geen toestellen verkopen met niet door Google goedgekeurde Android-versies;
- Omzetdelingsovereenkomsten: fabrikanten en telecomaanbieders kregen alleen een deel van Googles advertentie-inkomsten als ze géén concurrerende zoekdienst voorinstalleerden.
De oorspronkelijke boete bedroeg €4.342.865.000. Het Gerecht van de EU vernietigde in september 2022 het onderdeel over de omzetdelingsovereenkomsten en stelde de boete opnieuw vast op €4.125.000.000, waarvan Alphabet hoofdelijk aansprakelijk is voor ruim €1,5 miljard. Precies dát oordeel heeft het Hof nu integraal in stand gelaten.
Waarom dit arrest juridisch belangrijk is
Het Hof bevestigt een aantal lijnen die voor alle grote techplatforms gevolgen hebben:
- Geen verplichte counterfactual-analyse. Om misbruik van machtspositie vast te stellen hoeft niet systematisch te worden doorgerekend hoe de markt er zónder de gedraging had uitgezien.
- “Status quo bias” erkend. Voorgeïnstalleerde apps hebben een ingebakken voordeel: gebruikers blijven hangen bij wat er al op hun toestel staat. Google kon niet aantonen dat kwaliteit of gebruikersvoorkeur dat effect verklaarde.
- Geen “as-efficient competitor”-toets vereist. Gezien de bijzondere kenmerken van digitale markten hoefde niet te worden bewezen dat alleen even efficiënte concurrenten werden uitgesloten.
- Eén voortdurende inbreuk. Ook na het wegvallen van het onderdeel omzetdeling blijven de overige gedragingen één samenhangende mededingingsbeperkende strategie.
Wat betekent dit in de praktijk?
Met dit definitieve arrest is de inbreuk onherroepelijk vastgesteld. Dat is niet alleen een kwestie van een boete betalen: concurrenten en afnemers die schade hebben geleden door de Android-praktijken kunnen nu bij nationale rechters zogeheten follow-on-schadeclaims indienen, waarbij de inbreuk zelf niet meer bewezen hoeft te worden. Voor wie misstanden in digitale markten volgt, is de boodschap helder: ook de allergrootste spelers ontkomen uiteindelijk niet aan het Europese mededingingsrecht — al duurde het acht jaar.