Het Securitel-dossier (4/8): acht dagen paniek
In acht dagen van juni 1997 kantelde de Securitel-affaire van vertrouwelijk dossier naar nachtdebat: een brief vlak voor een tv-uitzending, 368 gevallen, een bevroren Openbaar Ministerie en excuses aan volk en parlement.
Op woensdagavond 11 juni 1997 wachtte de Tweede Kamer op de minister van Justitie. "Ik heb mevrouw Sorgdrager net gesproken. Zij is geland op Valkenburg en komt, door twee motorfietsen begeleid, hierheen", meldde haar collega van Economische Zaken. Een kwartier later begon een debat dat pas om 2.17 uur werd gesloten. Dit is deel 4 van Het Securitel-dossier; in deel 3 stond het arrest zelf centraal. Nu de acht dagen waarin het dossier ontplofte.
Een brief vóór de uitzending uit
Op 4 juni 1997 stuurde minister Wijers zijn eerste brief over Securitel naar de Kamer. Het Hof had "een onvoorziene en gecompliceerde uitspraak" gedaan; alle ministeries behalve Algemene Zaken en Buitenlandse Zaken bleken technische voorschriften te hebben vastgesteld in strijd met de richtlijn. Een betrouwbare lijst was er nog niet, "maar het lijkt om een groot aantal regelingen te gaan".
Waarom juist die dag? Het antwoord stond in de honderd schriftelijke antwoorden die vlak voor het debat werden rondgedeeld, en CDA'er Hillen las het voor: "Bij het schrijven van de brief van 4 juni is te verwachten publiciteit in het blad Elsevier en via het programma NOVA bepalend geweest voor het tijdstip waarop. (…) Zonder die aanleiding zou de Kamer naar alle waarschijnlijkheid in de loop van deze week ingelicht zijn." Hillens oordeel: "Daar geloof ik geen moer van."
De dag na de brief bracht NOVA een interne kabinetsbrief in beeld. Marijnissen (SP) vatte de informatievoorziening samen als "too late and too little".
368 gevallen
Twee dagen later, op 6 juni, volgde een tweede brief — nu van Wijers én Sorgdrager, namens de ministerraad, en uitdrukkelijk "naar aanleiding van het uitlekken van interne werkdocumenten". Daarin stonden voor het eerst cijfers: in 368 gevallen was de Commissie niet in kennis gesteld van een ontwerp, een wijziging of een intrekking. Dat raakte 17 wetten, 86 algemene maatregelen van bestuur, 138 ministeriële regelingen en 21 besluiten van bedrijfslichamen — en de gegevens van de landbouwschappen ontbraken toen nog.
De oorzaken, aldus het kabinet: onbekendheid met de richtlijn, onduidelijkheid, eigen interpretaties — "men heeft de neiging daarbij naar zich toe te redeneren" — en nieuwe inzichten na uitspraken van het Hof. De lijst zelf bleef geheim: omdat niet vaststond of de richtlijn in elk geval echt van toepassing was, zag "een zorgvuldige overheid zich genoodzaakt de voorlopige inventarisatie niet openbaar te maken". De Kamer kreeg hem vertrouwelijk. Toen Hillen voorstelde hem dan maar gewoon te publiceren — de pers had hem toch al — riep Wijers vanuit vak K: "Schande."
Het OM bevriest — en ontdooit
Op 6 juni sprak Sorgdrager met de voorzitter van het college van procureurs-generaal. Maandagochtend 9 juni, vóór de eerste zittingen begonnen, ging het bericht uit: vraag in die zaken aanhouding. Diezelfde middag werd aan een algemene beleidslijn gewerkt; twee dagen later lag er een veel duidelijker standpunt.
Hillen zag er iets anders in: het OM had gereageerd "als een soort Tita-tovenaar" en alles stilgezet, "om twee dagen later te zeggen: ga toch maar weer door". Sorgdrager hield vol: "Er is niet gecorrigeerd. (…) Dat was even de zaak bevriezen gedurende een zeer korte periode en daarna komen met die beleidslijn." Wat zij wel toegaf: "De zaak is inderdaad ontijdig naar buiten gebracht."
Het nachtdebat
De Kamer kreeg vlak voor aanvang pakken papier: de antwoorden, de voorlopige lijst en het advies van de landsadvocaat, vertrouwelijk ter griffie. Van Middelkoop (GPV) merkte op dat van één advies "alleen de oneven bladzijden waren gekopieerd" en veronderstelde droogjes dat op de ontbrekende pagina's "de somberste adviezen" stonden. Wijers, later op de avond: intussen gecorrigeerd, en "voorzover ik weet, zat er geen systematiek in de inhoud van de even en oneven pagina's".
Toen gaf Wijers zijn chronologie. Mei 1996: het arrest bereikt hem op één blaadje, waarop hij "OK, doen" schrijft. 11 juni 1996 — exact een jaar vóór dit debat — wordt het gemeld in het interdepartementale coördinatieoverleg. 26 juni eerste overleg, eind september een deskundigenrapport, 24 oktober het tweede overleg, 17 januari 1997 de ministerraad, 30 mei 1997 het plan van aanpak. De eerste concrete herstelstap was voorzien rond vrijdag 13 juni, waarbij Wijers zelf de datum opmerkte: "oh, symboliek". De meldingen naar Brussel gingen intussen nog altijd per telex: "Dat gaat nog steeds met telexen."
Diep in de nacht kwam de erkenning: "Het kan dus niet anders dan dat het kabinet wat dat betreft de hand in eigen boezem steekt en die verantwoordelijkheid, met alle voorgaande kabinetten overigens, ook neemt, en dat het kabinet haar excuses uitspreekt naar de Nederlandse bevolking en het parlement." De Graaf (D66) noteerde de bijzin: de excuses werden "mede namens alle voorgaande kabinetten" aangeboden.
Twee moties van afkeuring, vier opdrachten
Om 2.00 uur werd geschorst voor de stemmingen. De moties van afkeuring tegen Wijers en tegen Sorgdrager kregen alleen de stemmen van de SP. Vier moties haalden het wél: rapportage aan de Kamer uiterlijk 23 juni; een coördinatiepunt met een verantwoordelijke bewindspersoon; een "Algemeen Notificatiebureau" dat alle departementale ontwerpregelgeving zou toetsen; en het verzoek bij Commissie en Raad aan te dringen op wijziging van de richtlijn, zodat de rechtsgevolgen van niet-melden dáárin zouden komen te staan. Sluiting: 2.17 uur.
Het kabinet bleef zitten. Wat restte was de grootste reparatieoperatie uit de Nederlandse wetgevingsgeschiedenis — inclusief een vormfout in de vormfout. Volgende week deel 5: de inhaaloperatie.
Bronnen
- Kamerstukken II 1996/97, 25 389, nr. 1 — brief van de minister van Economische Zaken, 4 juni 1997 (kst-25389-1).
- Kamerstukken II 1996/97, 25 389, nr. 2 — brief van de ministers van Economische Zaken en van Justitie, 6 juni 1997 (kst-25389-2); §2 voor de 368 gevallen en de verdeling over wetten, AMvB's, ministeriële regelingen en PBO-besluiten.
- Kamerstukken II 1996/97, 25 389, nr. 3 — brief van de minister van Justitie a.i., 10 juni 1997, met de OM-gedragslijnbrieven van 6 en 9 juni (kst-25389-3).
- Handelingen II 1996/97, nr. 91, p. 6314–6363 — plenair debat over de gevolgen van het Securitel-arrest, 11 juni 1997, gesloten om 2.17 uur. Aangehaald: p. 6314 (Valkenburg), p. 6315 ("too late and too little"), p. 6317 ("Schande"), p. 6318 ("geen moer"), p. 6321 (antwoord op vraag 104; NOVA "vorige week donderdag"), p. 6326 (oneven bladzijden), p. 6338 (reactie Wijers daarop), p. 6339 (telexen), p. 6341 (chronologie mei 1996 – januari 1997), p. 6347 (excuses), p. 6350 ("vrijdag de dertiende"), p. 6352 (Sorgdrager over het OM), p. 6354 ("Tita-tovenaar"), p. 6357 (De Graaf), p. 6363 (stemmingen).
- Kamerstukken II 1996/97, 25 389, nrs. 4–12 — de negen moties van 11 juni 1997; verworpen: nrs. 4, 5, 6, 7 en 10; aangenomen: nrs. 8, 9, 11 en 12.
- De uitzenddata van NOVA zijn afgeleid uit het debat zelf: "vorige week donderdag" (5 juni) en "afgelopen maandag" (9 juni), gerekend vanaf woensdag 11 juni 1997.