Het Securitel-dossier (5/8): vierhonderd reparaties
Het eindverslag van de Securitel-hersteloperatie, 30 januari 1998: 400 regelingen op de bruto-lijst, 222 alsnog gemeld, 209 hersteld — en 73 die opnieuw over moesten omdat de reparatie zelf verkeerd was bekendgemaakt.
Op 30 januari 1998 stuurden de ministers Wijers (Economische Zaken) en Sorgdrager (Justitie), mede namens de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, het eindverslag van de Securitel-hersteloperatie naar de Tweede Kamer. Drie pagina's brief, drie pagina's deellijsten, en daarachter achttien pagina's kale inventaris: alle vierhonderd wetten, algemene maatregelen van bestuur, ministeriële regelingen en PBO-verordeningen waarvan Nederland moest nagaan of ze in Brussel gemeld hadden moeten worden. Het minst spectaculaire document uit het hele dossier, en verreweg het onthullendste. Dit is deel 5 van Het Securitel-dossier; in deel 4 stond de politieke ontploffing van juni 1997 centraal. Nu de opruiming.
Vierhonderd, bruto
Het voorlopige vermoeden van 368 gevallen waarover het kabinet de Kamer op 6 juni 1997 berichtte, was zes weken later uitgegroeid tot een bruto-lijst van 400 regelingen, aangeboden op 21 juli 1997. Bruto, want lang niet alles daarop hoefde daadwerkelijk hersteld te worden. Het eindverslag rekende de lijst zo af:
- 222 regelingen werden alsnog genotificeerd, op of vóór 1 september 1997;
- 32 bleken vervallen, ingetrokken of vervangen;
- 61 bevatten volgens de ministeries, na bestudering door het "Securitel-evaluatie-team", helemaal geen technisch voorschrift;
- 76 stonden op een lijst van de Europese Commissie waarvan zij zei daarin geen notificatieplichtige voorschriften te herkennen;
- 5 Rijnvaartregelingen werden principieel níét gemeld;
- 3 gingen langs de normale weg, omdat ze nog niet in werking waren;
- 1 was een dubbeltelling: het Schepelingenbesluit stond zowel bij Justitie als bij Verkeer en Waterstaat op de lijst.
Van die 222 was op 1 januari 1998 bij 209 de herstelprocedure afgerond: opnieuw vastgesteld en opnieuw bekendgemaakt in Staatsblad, Staatscourant of PBO-blad.
De kaartenbak van een land
De echte waarde van bijlage 3 zit in de titels. Eisen aan muilkorven ter bestrijding van hondsdolheid (nr. 145, Staatscourant 224 van 20 november 1997). De middellijn van de ringetjes en de gaten in een aalkistje (nr. 149, Stcrt. 220, 14 november 1997). De grootte-aanduiding op voorverpakte verse mosselen (nr. 170, PBO-blad 74, 30 december 1997). Het politielogo, het Lijkomhulselbesluit 1991, het Besluit parkeerschijf, de toegestane rekenmachines bij eindexamens. En, op nummer 84, de toga: "Reglement II; Kledingvoorschriften voor rechterlijke ambtenaren, advocaten en procureurs", hersteld in Staatsblad 763 van 30 december 1997.
Niet alles hoefde overnieuw. De Regeling modelprognose basisonderwijs 1994 (nr. 178) stond op de lijst omdat zij het gebruik van een floppy voorschreef, maar bevatte geen technisch voorschrift; de brievengleuf (nr. 240) en het L-bord (nr. 275) dateerden van vóór de richtlijn.
Eerst de wapens, dan de rest
Het herstel begon op 10 juli 1997, vier weken na het nachtdebat, en het begon waar de politieke pijn het scherpst zat: bij het strafrecht. Op één dag verschenen tien regelingen — de Wet wapens en munitie (Staatsblad 292), het Besluit alcoholonderzoeken (Staatsblad 293) en acht ministeriële regelingen in Staatscourant 129, onder meer de Regeling ademanalyse, de Regeling DNA-onderzoeken en de Regeling wapens en munitie.
Daarna gebeurde er vier maanden lang niets: tussen 10 juli en 14 november 1997 verscheen geen enkele herstelpublicatie. In november volgden er elf, en toen kwam de stormloop. Alleen al in december 1997 werden ruim honderd regelingen opnieuw bekendgemaakt, met de zwaarste dagen op 15, 19, 23 en 30 december. De deadline van 1 januari werd gehaald zoals deadlines worden gehaald.
De vormfout in de vormfout
Te snel, bleek. In de brief staat het in één zin, zonder toelichting: in Staatscourant nr. 14 van 22 januari 1998 werden 73 van de 209 herstelde regelingen nóg een keer bekendgemaakt, "omdat zij in een supplement bij de Staatscourant en niet – conform de Bekendmakingswet – in de Staatscourant zelf waren geplaatst".
Ruim een derde van de reparaties was dus zelf gebrekkig bekendgemaakt: de operatie die een vormverzuim moest herstellen, produceerde er onderweg een nieuw — bij dezelfde departementen, in dezelfde haast.
De kilowattuurmeter
Kilowattuurmeters waren geen willekeurig onderwerp. Op 14 juli 1994 had het Hof van Justitie Nederland al veroordeeld omdat het onder meer een besluit van 16 januari 1989 over kilowattuurmeters niet in de ontwerpfase had gemeld (zaak C-61/93). Nederland erkende dat meteen en liet weten dat de nationale autoriteiten ernaar streefden zulke verzuimen voortaan te voorkomen.
Drieënhalf jaar later stond het onderwerp nog altijd twee keer op de herstellijst: het besluit uit 1970 op grond van de IJkwet 1937 (nr. 26, Staatsblad 630 van 16 december 1997) en de IJkregeling kilowattuurmeters (nr. 45). Welke van beide het Hof op het oog had, valt uit deze stukken niet op te maken — wel dat de IJkregeling pas op 22 januari 1998 behoorlijk werd bekendgemaakt, in die tweede ronde.
Wat er bleef liggen
Bij dertien regelingen was de reparatie op 30 januari 1998 nog niet voltooid. Acht lagen stil doordat een andere lidstaat een uitvoerig gemotiveerde mening had uitgebracht, waardoor de standstill-periode met drie maanden werd verlengd; de laatste liep tot 2 maart 1998. Bij vier speelden voorhang- of voorpublicatietermijnen. De dertiende was de Wet op de kansspelen: het wetsvoorstel dat titel Va (speelautomaten) moest repareren, lag nog bij de Tweede Kamer. Het werd daar op 10 februari 1998 aangenomen, ging op 28 april als hamerstuk door de Eerste Kamer en verscheen op 19 mei 1998 in Staatsblad 270 — bijna vijf maanden na de deadline.
De vijf Rijnvaartregelingen werden bewust niet gemeld: Nederland hield vol dat het opstellen van Rijnvaartregels op grond van de Herziene Rijnvaartakte van 1868 een exclusieve bevoegdheid is van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart. Dat meningsverschil met de Commissie is niet opgelost, alleen genoteerd.
Een streep, geen antwoord
Met dit eindverslag zette het kabinet een streep onder de operatie. Wat het niet deed, was antwoord geven op de vraag die eronder lag: hoe kon dit zo lang doorgaan, en is het structureel opgelost? Die vraag stelde later in 1998 een instantie zonder belang bij een geruststellend antwoord — de Algemene Rekenkamer. Volgende week deel 6: de afrekening.
Bronnen
- Kamerstukken II 1997/98, 25 389, nr. 30 — brief van de ministers van Economische Zaken en van Justitie, 30 januari 1998, eindverslag van de Securitel-hersteloperatie, met bijlagen 1–3 (kst-25389-30). Alle aantallen, statussen en vindplaatsen in dit artikel zijn hieraan ontleend. De maandcijfers over juli, november en december 1997 zijn een eigen telling van de kolom "Publicatie datum" in bijlage 3, beperkt tot regelingen met de status "Is hersteld"; intrekkingen en vervangingen zijn niet meegeteld.
- Kamerstukken II 1996/97, 25 389, nr. 22 — de bruto-lijst van 400 regelingen, aangeboden op 21 juli 1997; aangehaald in nr. 30. Het aantal van 368 gevallen komt uit Kamerstukken II 1996/97, 25 389, nr. 2 (6 juni 1997).
- HvJ EG 14 juli 1994, zaak C-61/93, Commissie/Nederland, Jur. 1994, p. I-3607, ECLI:EU:C:1994:302 — niet-melding van onder meer het besluit van 16 januari 1989 inzake kilowattuurmeters; de erkenning door Nederland staat in r.o. 6, 8 en 11 (EUR-Lex, CELEX 61993CJ0061).
- Wetsvoorstel 25 646, wijziging van de Wet op de kansspelen (speelautomaten): aangenomen door de Tweede Kamer op 10 februari 1998, door de Eerste Kamer op 28 april 1998, gepubliceerd in Staatsblad 1998, 270 van 19 mei 1998 — Eerste Kamer der Staten-Generaal.
- Richtlijn 83/189/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (PB 1983, L 109, blz. 8), artikelen 8 en 9, zoals nadien gewijzigd (onder meer bij richtlijn 88/182/EEG en richtlijn 94/10/EG).